GEZONDHEID
Wie of wat moeten wij geloven?
WE ZOUDEN 0 ZO GRAAG DE 100 HALEN, MAAR WE HEBBEN
GEEN IDEE HOE. HELAAS WETEN DE DESKUNDIGEN HET OOK NIET. ZE HEBBEN
RUZIE.
Hoeveel glazen wijn mogen we drinken? Eten we
vlees of toch vis? Hoe zit het met zonnen, met zout, met zweten?
De waarheid is dat zelfs de wetenschap het niet meer weet. Het
wordt tijd dat al die experts hun toon matigen, niet langer de
dominee met het opgeheven vingertje zijn, maar gewoon een adviseur.
door:
Simon Rozendaal
Het schijnt dat de meeste mensen zo om het kwartier
aan seks denken. Toch is seks in de zoekmachines op internet niet
meer nummer een. Rond de eeuwwisseling kwam gezondheid langszij.
Wie dat intikt, krijgt meer hits.
Het illustreert het belang dat gezondheid voor de 21ste-eeuwer
heeft. De begeerte naar het andere lijf is overvleugeld door de
nieuwsgierigheid naar het eigen lijf. De media spelen daar gretig
op in. Zo heeft de Volkskrant tegenwoordig een wekelijks katern
over gezondheid, loopt het maandblad Men's Health in de hele wereld
als een tierelier, komt Elsevier elk jaar met een speciaal gezondheids
ABC en scoren gezondheidsprogramma's op televisie hoge kijkcijfers.
Tegelijkertijd was er nooit eerder zoveel verwarring over hoe
het nu eigenlijk moet, dat gezonde leven. Onze voorouders hadden
wel wat anders te doen dan zich te bekommeren om de vraag of ze
al dan niet gezond leefden. Ze werkten zich uit de naad, plantten
zich voort als konijnen, aten wat de pot schaftte, tikten tegen
hun pet als de dokter langskwam en zagen wel waar het schip strandde.
Wij daarentegen zouden o zo graag gezond 100 worden, maar we hebben
geen idee hoe. Ja, op elke hoek van de straat prijst een gezondheidsdeskundige
zijn elixers aan, maar daar hebben we vrij weinig aan. Ze spreken
elkaar immers allemaal tegen.
Neem de column die de bioloog Ronald Plasterk, misschien wel Nederlands
meest gezaghebbende algeheel deskundige, enkele maanden geleden
in de Volkskrant schreef.
Daarin stelde hij, na ook enkele deskundiger deskundigen te hebben
geraadpleegd, dat het gezond is om geen alcohol te drinken. 'Zelfs
als er een gunstig effect is van matig drinken, dan is het klein.'
Tegenover dat standpunt kun je de Scientific American zetten,
misschien wel 's werelds meest gezaghebbende wetenschapsblad,
waarin de Amerikaanse deskundige Arthur L. Klatsky vorig jaar
juni stelde dat inmiddels vaststaat dat het drinken van alcohol
gezond is. Hij haalde een andere deskundige aan, die over dat
positieve gezondheidseffect schreef: 'Weinig andere associaties
worden zo duidelijk beschreven in de medische literatuur, los
van verschillende bevolkingsgroepen, verschillende blootstellingen
en inconsistente controlegroepen.'
Wie moeten wij, naar een lang en gezond leven strevende stervelingen,
nu geloven en volgen? Nederlands meest gezaghebbende wetenschapper
of 's werelds meest gezaghebbende wetenschapsblad? Nemen we een
glas water of een neut? En zo ja, hoeveel?
Het is met gezondheid als met het heelal. Zoals Jules Deelder
dichtte: 'Hoe verder men keek, hoe groter het leek.' Naarmate
we meer over gezondheid aan de weet komen, lijken we er minder
van af te weten.
Zonnen
Toch is de vraag of alcohol gezond is nog een van de simpelste.
Het is overzichtelijk. Enerzijds hebben we het menselijk lichaam,
anderzijds de chemische stof ethanol, in de volksmond 'alcohol'
genoemd. Dat is alles. Maar dan wordt het ingewikkeld. Enerzijds
staat vast dat veel drinken ongezond is. Het verwoest de lever
en het leven. Het is verslavend, het leidt tot verkeersongelukken,
mishandeling binnen relaties, het veroorzaakt plichtsverzuim,
het draagt bij aan het ontstaan van kanker. Kortom, kommer en
kwel.
Daar staat tegenover dat alcohol een smeermiddel is voor de bloedvaten.
Het is ook een sociaal smeermiddel: mensen worden er vrolijker
en socialer van. Geef een muurbloempje dan wel een nerd twee borrels
en opeens zijn ze in staat om een conversatie gaande te houden
dan wel de ander het hof te maken.
Het zijn twee tegengestelde krachten, een negatieve en een positieve.
Puur rekenkundig valt daar natuurlijk makkelijk uit te komen.
De enige vraag is of het positieve effect groter is dan het negatieve
of andersom.
Welnu, dat ligt er aan bij wie je te rade gaat. Cardiologen vinden
het positieve effect (dat hun eigen vakgebied betreft) groter,
verkeerskundigen het negatieve effect.
Wat voor alcohol opgaat, geldt voor bijna het hele gezondheidsgamma.
Tegenover iedere expert die tegen zonlicht waarschuwt, staat iemand
die de lof van zonnen bezingt. Wandelen in de natuur? Ja: goed
voor lichaam en geest! Nee, niet doen, krijg je de ziekte van
Lyme door! Melk? Doen, goed voor de botten! Nee, niet doen, slecht
voor het hart en de darmen! Vitaminepillen? Nergens voor nodig,
eet gevarieerd! Doen, geen mens eet zoveel groenten dat hij de
vereiste hoeveelheid mineralen en vitaminen binnenkrijgt!
Het zou vermakelijk kunnen zijn, ware het niet dat het om ons
lichaam en onze levensverwachting gaat.
Wie het slagveld overziet, constateert dat er gelukkig nog enkele
zekerheden zijn. Wat voedsel betreft, zijn dat groene groenten
plus fruit. Dat zijn de enige voedingsmiddelen waarvan niemand
betwist dat ze gezond zijn. Zekerheid nummer twee is dat roken
behoorlijk ongezond is. Nummer drie dat lichaamsbeweging altijd
goed is.
Het probleem is dat zelfs achter deze zekerheden de nodige onenigheid
schuilgaat. Bijvoorbeeld over de vraag hoeveel groenten en fruit
we dagelijks moeten eten. Die porties gaan bijna jaarlijks omhoog
en hebben inmiddels knaagdierachtige proporties bereikt. Ook over
lichaamsbeweging bestaan verschillende opvattingen. De ene deskundige
zegt dat een halfuur de hond uitlaten per dag al mooi meegenomen
is, een ander wil ons in een trainingspak hijsen en laten transpireren.
Ook roken is niet zo onomstreden als het lijkt. Uit diverse onderzoeken
is gebleken dat nicotine een gunstig effect heeft op allerlei
hersenfuncties. Wie ooit het op een uiterst serieus wetenschappelijk
congres vertoonde filmpje heeft gezien van een jongen met de ziekte
van Gilles de la Tourette - de jongen Scheldt aan de lopende band
of blaft als een hond - en beseft welke wonderen een nicotinepleister
in zo'n geval vermag, oordeelt milder over rokers. En degenen
die dan nog twijfelen, zouden overtuigd moeten worden door het
fascinerende experiment dat mensen die nog nooit hebben gerookt
en nooit zullen gaan roken, allerlei intelligentietestjes beter
uitvoeren met behulp van een nicotinepleister.
Natuurlijk zijn de schadelijke effecten van het roken vele malen
groter dan de voordelen. Een op de zeven overlijdensgevallen is
toe te schrijven aan roken. Maar de ogen sluiten voor de positieve
effecten van roken, doet de waarheid geweld aan, behandelt rokers
als halve garen en roept dus begrijpelijke irritaties op.
Zoals columnist en roker Anil Ramdas enkele weken geleden in NRC
Handelsblad schreef: 'Mijn vijandschap gaat vooral uit naar mensen
die weten wat goed voor me is.'
Vingertje
Hij heeft gelijk. Gezondheidsdeskundigen zouden hun toon moeten
matigen. Niet altijd dat nare opgeheven vingertje, dat het uitzicht
op de werkelijkheid belemmert. Al dat gepredik werkt vaak ook
nog eens averechts, stelt Polker Pudel, hoogleraar en president
van het Duitse Genootschap voor Voeding. 'Ik heb het idee dat
de hele voedingsvoorlichting in de afgelopen veertig jaar slechts
een ding heeft bereikt: de mensen eten nog steeds wat zij altijd
hebben gegeten. Ze doen het nu alleen met een slecht geweten.'
Bovendien weten al die 'mensen die weten wat goed voor u is' het
helemaal niet zeker. Ze denken het. En soms hebben ze het mis.
Het mooiste voorbeeld is vet. Twintig, dertig jaar lang is er
door alle overheidsinstanties, door alle deskundigen, door de
voedingsindustrie met zijn lightproducten en door de voorlichtingsbureaus
de boodschap verkondigd dat vet het allerongezondste is dat een
mens kan eten.
En wat horen we de afgelopen maanden in allerlei wetenschappelijke
gremia, eerst fluisterend, maar tegenwoordig steeds luider: misschien
hebben we ons met de verkettering van vet vergist.
Het begon een jaar of tien, twintig geleden al met het onderscheid
tussen goed en slecht vet, tussen verzadigd en onverzadigd vet,
tussen vis en vlees, boter en olijfolie. En de laatste tijd zijn
er steeds meer serieuze voedingsdeskundigen die zeggen dat zelfs
het slechte vet - de eieren met spek, de roomboter, de karbonaadjes
en spareribs - wellicht als positief effect heeft dat het de honger
beter stilt dan brood, rijst of pasta en daardoor misschien, heel
misschien wel geschikter is om het lichaamsgewicht omlaag te brengen.
Noten zijn ook zo'n voorbeeld. Tien jaar geleden werd er nog tegen
gewaarschuwd omdat er zo veel vet in zit, vandaag heten ze opeens
weer hartstikke gezond. Maar daar staat tegenover dat wie veel
pinda's eet, doorgaans ook meer zout consumeert. En dan zijn er
weer andere deskundigen die vinden dat het gezien de mogelijke
bloeddrukverhogende werking van zout verstandig is om voorzichtig
te zijn met zoute pinda's. Gelukkig zijn er weer heel andere deskundigen
die vinden dat ook zout de afgelopen decennia ten onrechte is
verketterd.
Wie het nog weet, mag zijn vinger opsteken. En dan hebben we het
gewoon over een paar aardnoten.
Hart
Veel ingewikkelder is het gesteld met hart- en vaatziekten. Die
vormen in de westerse wereld doodsoorzaak nummer een. Er is in
de tweede helft van de twintigste eeuw voor honderden miljoenen
euro's wetenschappelijk onderzoek naar verricht. De halve wereld
is ondervraagd over eetgewoonten, gedrag en karakter, en de andere
helft is gemeten, geprikt en bevoeld. Daaruit is een enorme hoeveelheid
kennis gekomen: over bloeddruk, cholesterol, triglyceriden, het
voedingspatroon op Kreta, het verschil tussen tobbers en optimisten,
over verzadigde en onverzadigde vetten.
Het heelal van het hart is echter alleen maar uitgedijd. De Framingham
Heart-studie die in 1948 begon en decennialang een grote groep
mensen volgde, heeft bijvoorbeeld niet minder dan tweehonderd
risicofactoren voor een hartaanval aangemerkt.
Tweehonderd! Dat is absurd. Tweehonderd risicofactoren is potjeslatijn
voor: we weten het niet.
Toch gaan we wel tot interventie, tot actie, over. Neem cholesterol.
We weten dat cholesterol buitengewoon belangrijk is in het lichaam.
Het is bijvoorbeeld de bouwsteen voor de geslachtshormonen: zonder
cholesterol geen seks. Maar ook weten we dat te veel cholesterol
een risicofactor is voor hart-en vaatziekten.
Dat inzicht is verengd tot een wereldwijde poging om de cholesterolspiegel
in het bloed zo laag mogelijk te krijgen. Eerst onder de acht,
toen onder de zeven, tegenwoordig onder de zes maar er gaan ook
stemmen op die willen dat het nog lager wordt, vier of vijf. Een
groot deel van de westerse wereld, miljoenen mensen, slikt nu
dagelijks pillen om daarmee de cholesterolspiegel te verlagen.
Het is tamelijk waarschijnlijk dat de voordelen van deze medicijnen
- een kleinere kans op een hartaanval - groter zijn dan de nadelen
(elk werkzaam medicijn heeft bijwerkingen), maar er zit ook een
schijnzekerheid in.
Ongeveer de helft van de mensen die een hartaanval krijgt, heeft
immers een goede cholesterolspiegel. De andere helft heeft een
slechte cholesterolspiegel. De ene helft is een ietsiepietsie
groter dan de andere helft, maar niet om van achterover te vallen.
Toch slikken op basis van dat zeer kleine verschil miljoenen mensen
dagelijks een geneesmiddel.
Dominee
Al die gezondheidsexperts en voorlichters zouden meer adviseur
moeten worden en minder dominee. Dat is ook eerlijker. Twintig
jaar geleden moest je rust houden bij tal van lichamelijke klachten,
tegenwoordig moet je bewegen. Vroeger moest je vooral niet werken
als je psychische problemen had, vandaag moet je vooral wel werken.
Eieren waren gisteren gevaarlijk, vandaag gezond.
Het is vrij aannemelijk dat de huidige opvattingen kloppen, maar
toch is vanuit filosofisch opzicht natuurlijk niet uitgesloten
dat ook de huidige inzichten eens weer op de helling moeten.
Gezondheid is een mysterie, een ideaal, een nirwana. Wij allen
streven ernaar, we tasten rond in een duister dat slechts her
en der door kaarsjes wordt verlicht. Dit artikel beoogt zo'n kaarsje
te zijn.
Dit artikel over gezondheid is gebaseerd op de wetenschappelijke
literatuur van 2003 en 2005. Er is gebruik gemaakt van bladen
als de New Scientist, Science, Nature en Scientific American.
-Gezondheid-
|
Kijk uit voor de aardappel
Aardappel
Nederland is een land van aardappeleters, constateerde Vincent
van Gogh al. Of dat in alle opzichten wel zo verstandig is, vraagt
een van 's werelds meest gerenommeerde voedseldeskundigen zich
af. Walter Willett is hoogleraar epidemiologie aan de Harvard
School of Public Health in de Verenigde Staten. Onlangs hield
hij een lezing waarin hij be-toogde dat de Food Pyramid (voedselpiramide
- het Amerikaanse equivalent van onze Schijf van Vijf) op zijn
kop moet.
Een van de voorbeelden die Willett aanhaalde, is de aardappel.
Die is lang niet zo gezond als vaak wordt gedacht. Dat komt door
het zetmeel dat in de aardappel zit. Willett behoort tot een groeiend
legioen van deskundigen dat gelooft dat er een verschil is tussen
'snelle' en 'langzame' koolhydraten - zie Snel.
Hij denkt dat suiker en deze 'snelle' koolhydraten de kans op
zowel hart- en vaatziekten als diabetes verhogen omdat ze in het
bloed een snelle schommeling van bloedsuiker en het hormoon insuline
veroorzaken. In dat opzicht is de aardappel zelfs nog slechter
dan suiker, stelt Willett. Zoals hij vorig jaar in de Scientific
American schreef: 'Het eten van een gekookte aardappel verhoogt
de bloedsuikerspiegel nog meer dan het eten van dezelfde hoeveelheid
calorieen aan suiker.' In zijn onderzoek heeft Willett een duidelijk
verband gevonden tussen het eten van aardappelen en het ontstaan
van zowel hart- en vaatziekten als suikerziekte.
Bron:
Jaarvergadering American Association for the Advancement of Science,
Seattle, 16 februari 2004
Ademen
Ademen is gevaarlijk. Wie meer ademt, krijgt meer zuurstof binnen.
Dat blijkt ook uit het onderzoek naar slaap. Hoe groter een dier,
hoe minder slaap. Olifanten, giraffes en mensen hebben aanzienlijk
minder slaap nodig dan kleine dieren zoals ratten en katten. Een
olifant heeft drie uur slaap nodig, een mens acht uur, een hond
tien uur, een kat twaalfenhalf uur, een opossum zelfs achttien
uur.
De vermoedelijke verklaring is dat naarmate een dier groter en
zwaarder is, de stofwisselingssnelheid lager wordt. Daardoor ontstaat
minder zuurstofschade: bij snel ademen ontstaan zogenoemde radicalen
die in chemisch opzicht heel agressief zijn en dus overal in het
lichaam schade kunnen aanrichten. Die schade wordt doorgaans gedurende
de slaap hersteld en dus hebben snel ademende kleine dieren meer
slaap nodig, aldus Jerome Siegel, hoogleraar psychiatrie aan de
universiteit van Californie" in Los Angeles. Of zware mensen
ook minder slaap nodig hebben dan lichte, vermeldt hij niet.
Bron: Scientific American, november2003
Appel
An apple a day keeps the doctor away! Nou, dat is de vraag. Natuurlijk,
nog steeds behoren groenten en fruit (plus vis en noten) tot de
gezondste voedingsmiddelen. We eten er ook absoluut te weinig
van. Er is echter wel een kanttekening bij te maken.
Groenten en fruit zijn in de afgelopen decennia steeds minder
gezond geworden. Dat komt doordat kwekers en veredelaars rekening
houden met de voorkeur voor zoet en de afkeer van bitter - zie
Bitter. Veel bitter dan wel scherp smakende bestanddelen zijn
door selectie uit groenten en fruit verdwenen. Daardoor is de
hoeveelheid suiker in appels en peren de afgelopen zestig jaar
verdubbeld, zo meldt de National Health Service in Groot-Brittannie.
De Britse onderzoeker David Thomas onderzocht 64 verschillende
soorten groenten en fruit en concludeerde dat de gezonde bestanddelen
- mineralen als ijzer, magnesium, kalium en koper -waren afgenomen
en suiker was toegenomen. Volgens Thomas zijn vers fruit en verse
groenten nog steeds aanzienlijk beter dan ingeblikt voedsel, maar
de kloof wordt kleiner.
Atkins
Het dieet van de vorig jaar overleden dr. Robert Atkins staat
weer midden in de belangstelling. Op papier oogt het aantrekkelijk:
afvallen door het eten van meer vet en eiwit (en het mijden van
koolhydraten als suiker en zetmeel). De grote vraag is of het
inderdaad beter werkt dan andere dieten en of het gezond is. Vorig
jaar waren er twee studies die dit suggereerden. Die onderzoekingen
waren echter niet omvangrijk en dus niet hard genoeg. Binnen een
jaar moet een en ander duidelijker worden. Een groep artsen van
de universiteit van Pennsylvania is met een veel grotere studie
bezig, waarvan de resultaten in 2005 worden verwacht.
Desalniettemin hebben die twee studies wel tot gevolg gehad dat
het Nederlandse Voedingscentrum, dat altijd heel negatief was
over Atkins, overstag is. Woordvoerster Patricia Schutte zei kort
geleden in het weekblad HP/De Tijd: 'Er is nieuw onderzoek gedaan
waaruit Week dat het gewichtsverlies door het Atkinsdieet ook
leidde tot een lager cholesterolgehalte. De verwachting was dat
het cholesterolniveau juist zou stijgen omdat het dieet veel verzadigde
vetten bevat, maar het daalde.'
Bedplassen
Er is een bizarre relatie tussen bedplassen en ademhalingsproblemen.
Veel bedplassende jongetjes stoppen met die vervelende en voor
henzelf beschamende gewoonte als hun amandelen geknipt of verwijderd
zijn, zo blijkt uit Zweeds en Australisch onderzoek. Een mogelijke
verklaring is dat kinderen met opgezette amandelen tijdens de
slaap moeilijker ademhalen. Dit kan druk in de buik veroorzaken.
Een alternatieve verklaring is dat er aldus te weinig zuurstof
in het bloed terechtkomt waardoor bepaalde hormonen worden beinvloed.
Bron:
New Scientist, 2 augustus 2003
Bezwangeren
Hoe rijper de man, hoe slomer de zaadcel. Een onderzoekbij ruim
tweeduizend zwangere Britse vrouwen wees uit dat vrouwen met partners
van boven de 45 jaar er vijfmaal zo lang over deden om zwanger
te worden dan zij die nog heel jonge mannen (beneden de 20) hadden.
Bron: Fertility and Sterility
¦ Wees op uw hoede voor het keukensponsje
Bitter
Kinderen die geen spruiten, spinazie, kool of paprika lusten?
Komt allemaal door de evolutie. Althans volgens de Britse onderzoekster
Lucy Cooke. Ze heeft ruim vijfhonderd enqueteformulieren aan ouders
toegestuurd en trok daaruit de conclusie dat kinderen rond hun
tweede verjaardag opeens een weerzin tegen sommige groene groenten
ontwikkelen. Dat hebben ze niet met patat, snoep en chips.
Volgens Cooke heeft de mens door vallen en opstaan geleerd dat
hij met planten moet uitkijken. Sommige planten zijn goed eetbaar,
maar in andere kunnen gemene gifstoffen zitten. In de loop van
tienduizenden jaren zijn onze voorouders erachter gekomen dat
de giftige planten doorgaans bitterder smaken dan de smakelijke
planten en die achterdocht zit inmiddels in de genen verankerd.
Omdat de gevoeligheid van kinderen voor vergiftiging veel groter
is dan van volwassenen zijn ze bevreesd voor bittere smaken. Het
is dus geen gezeur, ze zijn zo gepro-grammeerd.
Bron: Science, 24 oktober 2003
Boter
Het kan wel, gezonde roomboter. In Noord-Ierland is een boter
te koop waarin veel minder verzadigd vet zit en die ook nog eens
zacht blijft in de koelkast. De onderzoeker van de universiteit
van Belfast die het idee ontwikkelde, gaf de koeien in hun voer
zaadjes van koolzaad.
Bron: Journal of the Science of Food and Agriculture
Cholesterol
Bij een hoog cholesterolgehalte is er risico op een hartaanval
of hersenbloeding. En dus slikken honderdduizenden Nederlanders
bloeddruk- en cholesterolverlagers (de zogenaamde statines). De
meeste cardiologen zijn het erover eens dat dit levens bespaart,
ook al hebben vooral de genoemde cholesterolverlagers soms ook
nare bijwerkingen.
Ingewikkeld is wel dat de meeste mensen die een hartaanval dan
wel een hersenbloeding krijgen een normale bloeddruk en cholesterolspiegel
hebben. Het verlagen van cholesterol of bloeddruk kan dus een
gevoel van schijnveiligheid oproepen. Het vermindert de kansen
op een hartaanval met ongeveer een-derde. Voor de volksgezondheid
is dat mooi - vermoedelijk worden er honderdduizenden hartaanvallen
mee bespaard -, maar dat hoeft niet te betekenen dat het voor
de individuele gezondheid ook goed is.
De waarheid is dat medici nog maar buitengewoon weinig begrijpen
van hart- en vaatziekten. Het is niet voor niets dat een hoge
cholesterolspiegel maar een van de ongeveer tweehonderd risicofactoren
voor een hartaanval is.
Het is ook een misvatting dat cholesterol ongezond zou zijn. Het
lichaam heeft cholesterol zo hard nodig dat het het zelf aanmaakt.
Omdat zuigelingen nog niet in staat zijn zelf cholesterol te produceren,
zit moeder-melk er bij voorbeeld vol mee. De geslachtshormonen
worden uit cholesterol gemaakt, in de her-senen zit 10 tot 20
procent cholesterol, in een (gezond) hart on-geveer 10 procent,
de bijnieren bestaan zelfs voor de helft uit cholesterol.
Bronnen: New Scientist, 5 juli 2003. Udo Poilmer,
Susanne Warmuth: Lexicon van Wijdverbreide Misverstanden over
Voedsel, Bert Bakker, 2003
Dansen
Wie uit zijn dak gaat, kan dat beter op parket doen dan op tapijt.
Andrea Ferro van de Clarkson Universiteit in Potsdam (in de Amerikaanse
staat New York) ontdekte dat dansen op tapijt per minuut evenveel
stof in de lucht brengt als het roken van een halve sigaret. Dezelfde
bewegingen produceren op parket in verhouding maar 10 procent
opwaaiend stof.
Bron:
New Scientist, 20 maart 2004
Dik
Zwaarlijvige mensen hebben een tweemaal zo grote kans op dikke-darm-
en borstkanker. Ook verhoogt obesitas de kans op artritis, suikerziekte
en longziekten. Verder zijn dikkerds vaker depressief, hebben
doorgaans een lager inkomen, scheiden meer dan slanke mensen en
plegen vaker zelfmoord.
Bron: New Scientist, 9 augustus 2003
Dronken
Er zijn nieuwe alcoholtests op komst, die ook geruime tijd na
een verkeersongeval nog kunnen worden gebruikt. Bij de afbraak
van alcohol ontstaan in het lichaam diverse unieke stoffen zoals
ethylglucuronide en phosphatidyl-ethanol. Deze afbraakproducten
van alcohol zijn ook enkele dagen tot weken nog in de urine dan
wel het bloed aan te tonen. Hoe het dan in zijn were gaat om de
concentraties exact (lees: voor de rechter overtuigend) terug
te rekenen tot het moment van het verkeersongeval, is nog niet
duidelijk.
Bron:
New Scientist, 14 februari 2004
meer
(deel 2)

©2005 Voedingswaar.nl
|